Wat onderzoeken we precies?
Bij dit bloedonderzoek kijken we naar twee soorten antistoffen:
– IgE → betrokken bij acute allergische reacties (zoals binnen 30 minuten na het eten).
– IgG4 → betrokken bij vertraagde reacties, die pas uren tot soms dagen later klachten kunnen geven.
Veel mensen herkennen een directe IgE-allergie wel, maar een vertraagde IgG4-gevoeligheid is lastiger te koppelen aan voeding. Juist daarom kan dit onderzoek helpen bij onbegrepen klachten.
De IgE-allergie is een bekende vorm van een reactie op een voedingsmiddel, in de geneeskunde wordt hier veelvuldig mee gewerkt. De IgG4-voedselovergevoeligheid is een meer beladen onderwerp. In de reguliere geneeskunde wordt het niet erkend en wordt er geen onderzoek naar gedaan. Toch zijn er veel aanwijzingen binnen de literatuur dat er een plaats is voor dit soort onderzoek. Niet in de laatste plaats vanwege de bijzonder succesvolle terugkoppeling van artsen en therapeuten die dit onderzoek gebruiken (Hessels&Grob, 2019).
Waarom dit onderzoek?
Vertraagde voedselreacties kunnen bijdragen aan uiteenlopende klachten, zoals:
– buikpijn, opgeblazen gevoel, krampen
– PDS-klachten (Prikkelbaar Darm Syndroom)
– huidklachten
– vermoeidheid of hoofdpijn
– slechter herstel, weinig energie
– maagzuur of darmongemak
Omdat een IgG4-reactie pas later optreedt, leggen mensen vaak geen verband tussen het voedingsmiddel en hun klacht. Het onderzoek kan dan helpen om meer inzicht te krijgen.
Wat zegt de uitslag?
De uitslag laat zien op welke voedingsmiddelen jouw immuunsysteem reageert. Op basis daarvan bespreken we:
– Welke voedingsmiddelen je tijdelijk kunt vermijden
– Hoe we ze later veilig kunnen provoceren (herintroduceren)
– Welke alternatieven passen in jouw voedingspatroon
– Hoe we klachten kunnen verminderen
Het doel is nooit om eindeloos voedingsmiddelen te schrappen, maar om te ontdekken wat jouw lichaam (tijdelijk) rust en herstel geeft.
Hoe vaak blijkt dit onderzoek relevant?
In mijn praktijk zie ik dat bij ongeveer 35% van de cliënten een IgE- of IgG4reactie duidelijk past bij de ervaren klachten. Bij de overige cliënten liggen de klachten meestal (deels) ergens anders aan, en daar boeken we vaak alsnog resultaat met andere voedingsinterventies.
Waarom is IgG4 soms onderwerp van discussie?
Binnen de reguliere geneeskunde wordt IgG4 niet standaard gebruikt om voedselreacties op te sporen. Toch komt er steeds meer onderzoek dat laat zien dat een overmaat aan IgG4 betrokken kan zijn bij vertraagde ontstekingsreacties en bij aandoeningen zoals PDS, inflammatoire darmziekten of klachten zoals buikpijn, vermoeidheid en huidproblemen.
Belangrijk om te weten:
– Een IgG4-reactie betekent niet automatisch ziekte.
– Maar het kan wel richting geven als klachten onduidelijk of langdurig aanwezig zijn.
– In de praktijk blijkt tijdelijk elimineren van een positief IgG4-voedingsmiddel bij veel mensen verlichting te geven.
Dit noemen we “practice-based evidence”: inzichten uit de praktijk die waardevol blijken, vooral wanneer eerder onderzoek niets oplevert.
Praktijkvoorbeelden
Op deze pagina vind je enkele voorbeelden van cliënten die duidelijke verbetering merkten na eliminatie van producten waarop een IgG4- of IgE-reactie werd gevonden (bijv. koemelk, pinda, tarwe). Deze voorbeelden zijn bedoeld ter illustratie, niet als garantie.
- Mw. D.N., 50 jaar, kwam via een verwijzing van haar arts in mijn praktijk met jarenlange klachten van chronische obstipatie en PDS (prikkelbaar darmsyndroom; buikpijn, darmkrampen). Eerder had zij het FODMAP-dieet gedaan, hieruit bleek een gevoeligheid voor tarwe en verder geen gevoeligheid voor andere voedingsmiddelen (dus ook niet voor lactose – melksuiker). Na onderzoek in mijn praktijk bleek dat er IgG4-antistoffen te vinden waren tegen koemelkproducten. Na eliminatie van koezuivel en vervanging door soja- en geitenzuivel merkte zij zeer veel verbetering m.b.t. haar ernstige obstipatie en PDS klachten. Hieruit bleek dat mevrouw niet-immunologisch reageerde op tarwe, en daarnaast IgG4-immunologisch op koezuivel , terwijl uit het eerdere FODMAP-dieet geen lactose-intolerantie bleek. Bij veranderen koe zuivel naar soja- en geitenzuivel had zij geen last meer van haar klachten.
- Dhr. E.K., 32 jaar, klopte bij mij aan voor hulp bij zijn klachten van slecht herstel na het sporten en verminderde fitheid, en daarnaast zijn KNO-klachten (hooikoorts). Na onderzoek in mijn praktijk bleek dat er IgG4-antistoffen te vinden waren tegen koe- en geitenzuivel, evenals tegen pinda. Na eliminatie hiervan zeer veel verbetering m.b.t. fitheid, herstel na het sporten en KNO-klachten binnen 1 week.
- Mw. M.K., 26 jaar, kwam bij mij in de praktijk omdat zij al langere tijd last had van PDS; een opgeblazen, pijnlijke buik. Zelf diverse dingen aan haar voedingspatroon veranderd, maar geen resultaat in vermindering klachten. Na onderzoek in mijn praktijk bleek dat er IgG4-antistoffen te vinden waren tegen diverse glutenbevattende granen, met name tarwe. Na eliminatie hiervan veel verbetering m.b.t. haar klachten. Onderzoek bij de huisarts wees geen coeliakie (gluten allergie) uit. Bij provocatie (het opnieuw eten van het voedingsmiddel wat je eerder uit je voedingspatroon verwijderd hebt) van met name tarwe had zij opnieuw last van buikklachten.
- Mw. V.G., 45 jaar, kwam in mijn praktijk met maag- en darmklachten. Zij had veel last van maagzuur en oprispingen, en was bekend met een koemelkeiwit allergie. Voor het elimineren van melkproducten had zij veel last van diarree en darmklachten. Na eliminatie vrijwel geen darmklachten meer, slechts heel lichte krampen af en toe. Verder geen allergieën aanwezig. Na onderzoek in mijn praktijk bleek dat er IgG4-antistoffen te vinden waren tegen pinda’s en amandelen. Na eliminatie hiervan verdwenen alle klachten volledig. Bij provocatie van met name pinda had zij opnieuw last van klachten (maagzuur en pijn in de buik).
Rol van IgG4
Het is al lang bekend dat IgG4 antistoffen een beschermende werking hebben bij een IgE-allergie (ook wel “acute allergie”). Decennia lang is gedacht dat IgG4 alleen deze beschermende werking heeft en verder geen rol speelt bij allergie en ontstekingsprocessen (1). Echter, sinds enkele jaren wordt onderkend dat een overmaat aan IgG4 antistoffen ook negatieve effecten kan hebben en “vertraagde” ontstekingsreacties kan veroorzaken (2). Hierbij zijn de klachten niet direct/acuut merkbaar, maar merk je deze pas na enkele uren tot zelfs dagen (2 tot 72 uur) na inname van het voedsel. Omdat deze IgG-reactie niet acuut is, maar ‘vertraagd’, is het in de praktijk daarom nauwelijks mogelijk om een verband te leggen tussen een bepaald specifiek voedingsmiddel en deze IgG4 reactie van het lichaam.
IgG4 en ontstekingen
Vanaf 2003 zijn er verschillende publicaties verschenen die de associatie beschrijven tussen een overmaat aan IgG4 in het lichaam en ontstekingen in diverse organen: vooral de pancreas, darm, gal en lever, aorta en huid, maar ook de nier en schildklier worden frequent genoemd (3,4,5). Dit ziektebeeld wordt het zogenaamde IgG4 related disease (IgG4-RD) genoemd. De hierbij voorkomende klachten zijn vaak atypisch: vermoeidheid, spierpijn, gewrichtspijn en/of buikpijn. Er is een relatie aangetoond tussen IgG4-RD en het voorkomen van allergie (6) en inflammatoire darmziekten, zoals colitis ulcerosa en ziekte van Crohn (7). Dit wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband bestaat, maar wel dat IgG4-RD vaker voorkomt bij deze aandoeningen. Ook bij gewichtsreductie (afvallen) lijken IgG4 antistoffen een rol te kunnen spelen (9).
Vrij recent is er een relatie gelegd tussen het ontstaan van deze IgG4-RD en de hoogte van aan voedingsstoffen gerelateerde IgG4 antistoffen (8). Ook deze relatie toont nog geen oorzakelijk verband aan. Het is echter voldoende bewezen dat daling van de IgG4 titer gerelateerd aan een specifieke voedingsstof, door (tijdelijke) eliminatie van de betreffende voedingsstof, de klachten doen verminderen of zelfs volledig verdwijnen (7,8,9,10). De keuze van de te elimineren of te beperken voedingsstoffen kan worden gemaakt op basis van een IgG4 test in bloed (bloedonderzoek).
Literatuur
- Steven O. Stapel, R. Asero, B. K. Ballmer Weber, E. F. Knol, S. Strobel, S. Vieths, J. Kleine-Tebbe. Testing for IgG4 against foods is not recommended as a diagnostic tool: EAACI Task Force Report. Allergy 2008: 63: 793–796
- https://www.uptodate.com/contents/pathogenesis-and-clinical-manifestations-of-igg4-related-disease
- Kamisawa T1, Funata N, Hayashi Y, Eishi Y, Koike M, Tsuruta K, Okamoto A, Egawa N, Nakajima H. A new clinicopathological entity of IgG4-related autoimmune disease. J Gastroenterol. 2003; 38(10): 982-984
- Vasaitis L. IgG4-related disease: A relatively new concept for clinicians. Eur J Intern Med. 2016;27:1-9.
- A. Khosroshahi, ZS Wallace, JL Crowe, T Akamizu, A Azumi, MN Carruthers, ST Chari, E Della-Torre, L Frulloni, H Goto, PA Hart, T Kamisawa, S Kawa, M Kawano, MH Kim,Y Kodama, K Kubota, MM Lerch, M Löhr, Y Masaki, S Matsui, T Mimori, S Nakamura,T Nakazawa, H Ohara, K Okazaki, JH Ryu, T Saeki, N Schleinitz, A Shimatsu, T Shimosegawa, H Takahashi, M Takahira, A Tanaka, M Topazian, H Umehara, GJ Webster, TE Witzig, M Yamamoto, W Zhang, T Chiba and JH Stone. International Consensus Guidance Statement on the Management and Treatment of IgG4-Related Disease. Arthritis & Rheumatology 2015; 67(7): 1688–1699.
- Iago Carballo, Lucía Alvela, Luis-Fernando Pérez, Francisco Gude, Carmen Vidal, Manuela Alonso, Bernardo Sopeña, Arturo Gonzalez-Quintela. Serum Concentrations of IgG4 in the Spanish Adult Population: Relationship with Age, Gender, and Atopy. Plos One. DOI:10.1371/ journal.pone. 0149330 February 24, 2016.
- S. Bentz, M. Hausmann, H. Piberger, S. Kellermeier, S. Paul, L. Held, W. Falk, F. Obermeier, M. Fried, J. Schölmerich, G. Rogler. Clinical Relevance of IgG Antibodies against Food Antigens in Crohn’s Disease: A Double-Blind Cross-Over Diet Intervention Study. Digestion 2010;81:252–264.
- Emma L Culver, Ellen Vermeulen, Mateusz Makuch, Astrid van Leeuwen, Ross Sadler, Tamsin Cargill, Paul Klenerman, Rob C Aalberse, S Marieke van Ham, Eleanor Barnes, Theo Rispens. Increased IgG4 responses to multiple food and animal antigens indicate a polyclonal expansion and differentiation of pre-existing B cells in IgG4-related disease. Ann Rheum Dis 2015;74:944–947.
- John E. Lewis, Judi M. Woolger, Angelica Melillo, Yaima Alonso, Soyona Rafatjah, Sarah. Eliminating Immunologically-Reactive Foods from the Diet and its Effect on Body Composition and Quality of Life in Overweight Persons. J Obes Weig los Ther 2012, 2:1.
- Schuyler AJ, Wilson JM, Tripathi A, Commins SP, Ogbogu PU, Kruzsewski PG, Barnes BH, McGowan EC, Workman LJ, Lidholm J, Rifas-Shiman SL, Oken E, Gold DR, Platts-Mills TAE, Erwin EA. Specific IgG antibodies to cow’s milk proteins in pediatric patients with eosinophilic esophagitis. J Allergy Clin Immunol. 2018 Jul;142(1):139-148.e12. doi: 10.1016/j.jaci.2018.02.049. Epub 2018 Apr 18.
- Xiao N, et al. Food-specific IgGs Are Highly Increased in the Sera of Patients with Inflammatory Bowel Disease and Are Clinically Relevant to the Pathogenesis.Intern Med. 2018 Oct 1;57(19):2787-2798. doi: 10.2169/internalmedicine.9377-17. Epub 2018 May 18.
- Dallon ES, et al. A Novel Allergen-Specific Immune Signature-Directed Approach to Dietary Elimination in Eosinophilic Esophagitis. Clin Transl Gastroenterol. 2019 Dec;10(12):e00099. doi: 10.14309/ctg.0000000000000099.
- Xie Y, et al. Effects of Diet Based on IgG Elimination Combined with Probiotics on Migraine Plus Irritable Bowel Syndrome. Pain Res Manag. 2019 Aug 21:2019:7890461. doi: 10.1155/2019/7890461. eCollection 2019.
- Atkinson W, et al. Food elimination based on IgG antibodies in irritable bowel syndrome: a randomised controlled trial. Gut. 2004 Oct;53(10):1459-64. doi: 10.1136/gut.2003.037697.