IgG-voedselovergevoeligheid & IgE-allergie

Het meten van IgG4 specifieke antistoffen & IgE specifieke antistoffen tegen voedingsallergenen is belangrijk bij het opsporen van een voedselintolerantie of allergie. De IgE-allergie is een bekende vorm van een reactie op een voedingsmiddel, in de reguliere geneeskunde wordt hier veelvuldig mee gewerkt. De IgG-voedselintolerantie is een meer beladen onderwerp. In de reguliere geneeskunde wordt het niet erkend en wordt er nauwelijks onderzoek naar gedaan. Toch zijn er veel aanwijzingen in de literatuur dat er een plaats is voor dit soort onderzoek. Niet in de laatste plaats vanwege de bijzonder succesvolle terugkoppeling van artsen en therapeuten die deze test gebruiken (experimental evidence) (Hessels&Grob, 2019).

 

Bij de term “allergie” denken we meestal aan een acute ontstekingsreactie (“acute allergie”) met name ten gevolge van specifieke IgE antistoffen, er is hierbij vrijwel direct een reactie van het lichaam. Je merkt dit aan vrijwel directe klachten (binnen 30 minuten na innemen van het voedingsmiddel), zoals  benauwdheid of buikpijn. Eveneens heb je reacties waarbij de klachten pas enkele uren na het innemen van een bepaald voedingsmiddel optreden, waardoor je niet weet dat je reageert op dit specifieke voedingsmiddel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een lactose-intolerantie, een histamine-intolerantie of een IgG4-voedselintolerantie.

 

Het voedselovergevoeligheid- & allergie onderzoek (bloedonderzoek), zoals weergeven op mijn website, waarbij uitgebreid gescreend wordt op in totaal 49 of 91 verschillende voedingsmiddelen, combineert onderzoek naar zowel een IgG4-voedselovergevoeligheid als een IgE-voedselallergie (uitbereiding en combinatie van beiden sinds januari 2022).

 

Bij mij in de praktijk komt er bij ongeveer 50% van de cliënten iets uit het onderzoek wat daadwerkelijk van toepassing is op de ervaren klachten. Bij de overige 50% worden de klachten hier niet (deels) door veroorzaakt, maar door iets anders en bereik ik ongeveer bij 2/3e van die overige 50% verbetering middels andere voedingsinterventies.

 

 

In dit artikel ga ik nog wat verder in op de IgG4-voedselintolerantie:

 

Rol van IgG4

Het is al lang bekend dat IgG4 antistoffen een beschermende werking hebben bij een IgE-allergie (ook wel “acute allergie”). Decennia lang is gedacht dat IgG4 alleen deze beschermende werking heeft en verder geen rol speelt bij allergie en ontstekingsprocessen (1). Echter, sinds enkele jaren wordt onderkend dat een overmaat aan IgG4 antistoffen ook negatieve effecten kan hebben en “vertraagde” ontstekingsreacties kan veroorzaken (2). Hierbij zijn de klachten niet direct/acuut merkbaar, maar merk je deze pas na enkele uren tot zelfs dagen (2 tot 72 uur) na inname van het voedsel. Omdat deze IgG-reactie niet acuut is, maar ‘vertraagd’, is het in de praktijk daarom nauwelijks mogelijk om een verband te leggen tussen een bepaald specifiek voedingsmiddel en deze IgG4 reactie van het lichaam.

 

IgG4 en ontstekingen

Vanaf 2003 zijn er verschillende publicaties verschenen die de associatie beschrijven tussen een overmaat aan IgG4 in het lichaam en ontstekingen in diverse organen: vooral de pancreas, darm, gal en lever, aorta en huid, maar ook de nier en schildklier worden frequent genoemd (3,4,5). Dit ziektebeeld wordt het zogenaamde IgG4 related disease (IgG4-RD) genoemd. De hierbij voorkomende klachten zijn vaak atypisch: vermoeidheid, spierpijn, gewrichtspijn en/of buikpijn. Er is een relatie aangetoond tussen IgG4-RD en het voorkomen van allergie (6) en inflammatoire darmziekten, zoals colitis ulcerosa en ziekte van Crohn (7). Dit wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband bestaat, maar wel dat IgG4-RD vaker voorkomt bij deze aandoeningen. Ook bij gewichtsreductie (afvallen) lijken IgG4 antistoffen een rol te kunnen spelen (9).

 

Vrij recent is er een relatie gelegd tussen het ontstaan van deze IgG4-RD en de hoogte van aan voedingsstoffen gerelateerde IgG4 antistoffen (8). Ook deze relatie toont nog geen oorzakelijk verband aan. Het is echter voldoende bewezen dat daling van de IgG4 titer gerelateerd aan een specifieke voedingsstof, door (tijdelijke) eliminatie van de betreffende voedingsstof, de klachten doen verminderen of zelfs volledig verdwijnen (7,8,9,10). De keuze van de te elimineren of te beperken voedingsstoffen kan worden gemaakt op basis van een IgG4 test in bloed (bloedonderzoek).

 

 

Literatuur

  1. Steven O. Stapel, R. Asero, B. K. Ballmer Weber, E. F. Knol, S. Strobel, S. Vieths, J. Kleine-Tebbe. Testing for IgG4 against foods is not recommended as a diagnostic tool: EAACI Task Force Report. Allergy 2008: 63: 793–796
  2. https://www.uptodate.com/contents/pathogenesis-and-clinical-manifestations-of-igg4-related-disease
  3. Kamisawa T1, Funata N, Hayashi Y, Eishi Y, Koike M, Tsuruta K, Okamoto A, Egawa N, Nakajima H. A new clinicopathological entity of IgG4-related autoimmune disease. J Gastroenterol. 2003; 38(10): 982-984
  4. Vasaitis L. IgG4-related disease: A relatively new concept for clinicians. Eur J Intern Med. 2016;27:1-9.
  5. A. Khosroshahi, ZS Wallace, JL Crowe, T Akamizu, A Azumi, MN Carruthers, ST Chari, E Della-Torre, L Frulloni, H Goto, PA Hart, T Kamisawa, S Kawa, M Kawano, MH Kim,Y Kodama, K Kubota, MM Lerch, M Löhr, Y Masaki, S Matsui, T Mimori, S Nakamura,T Nakazawa, H Ohara, K Okazaki, JH Ryu, T Saeki, N Schleinitz, A Shimatsu, T Shimosegawa, H Takahashi, M Takahira, A Tanaka, M Topazian, H Umehara, GJ Webster, TE Witzig, M Yamamoto, W Zhang, T Chiba and JH Stone. International Consensus Guidance Statement on the Management and Treatment of IgG4-Related Disease. Arthritis & Rheumatology 2015; 67(7): 1688–1699.
  6. Iago Carballo, Lucía Alvela, Luis-Fernando Pérez, Francisco Gude, Carmen Vidal, Manuela Alonso, Bernardo Sopeña, Arturo Gonzalez-Quintela. Serum Concentrations of IgG4 in the Spanish Adult Population: Relationship with Age, Gender, and Atopy. Plos One. DOI:10.1371/ journal.pone. 0149330 February 24, 2016.
  7. S. Bentz, M. Hausmann, H. Piberger, S. Kellermeier, S. Paul, L. Held, W. Falk, F. Obermeier, M. Fried, J. Schölmerich, G. Rogler. Clinical Relevance of IgG Antibodies against Food Antigens in Crohn’s Disease: A Double-Blind Cross-Over Diet Intervention Study. Digestion 2010;81:252–264.
  8. Emma L Culver, Ellen Vermeulen, Mateusz Makuch, Astrid van Leeuwen, Ross Sadler, Tamsin Cargill, Paul Klenerman, Rob C Aalberse, S Marieke van Ham, Eleanor Barnes, Theo Rispens. Increased IgG4 responses to multiple food and animal antigens indicate a polyclonal expansion and differentiation of pre-existing B cells in IgG4-related disease. Ann Rheum Dis 2015;74:944–947.
  9. John E. Lewis, Judi M. Woolger, Angelica Melillo, Yaima Alonso, Soyona Rafatjah, Sarah. Eliminating Immunologically-Reactive Foods from the Diet and its Effect on Body Composition and Quality of Life in Overweight Persons. J Obes Weig los Ther 2012, 2:1.
  10. Schuyler AJ, Wilson JM, Tripathi A, Commins SP, Ogbogu PU, Kruzsewski PG, Barnes BH, McGowan EC, Workman LJ, Lidholm J, Rifas-Shiman SL, Oken E, Gold DR, Platts-Mills TAE, Erwin EA. Specific IgG antibodies to cow’s milk proteins in pediatric patients with eosinophilic esophagitis. J Allergy Clin Immunol. 2018 Jul;142(1):139-148.e12. doi: 10.1016/j.jaci.2018.02.049. Epub 2018 Apr 18.